Uniform en werkkleding in de beveiliging: wie betaalt wat? (2026)
Kort antwoord: je uniform in de beveiliging is geen keuze van je werkgever alleen. De Wpbr verplicht in artikel 9 lid 1 je wérkgever om ervoor te zorgen dat je een door de minister goedgekeurd uniform draagt, en de bijbehorende regeling en beleidsregels schrijven tot in het embleem voor hoe dat uniform eruitziet — inclusief de voorgeschreven grijstint erin en een verbod op rangonderscheidingstekens. De cao verplicht je in artikel 5 lid 4 om dat uniform te dragen én te onderhouden, maar geeft je er twee dingen voor terug: je mag je uniform minimaal 1 keer per 4 weken chemisch laten reinigen en die kosten declareren (artikel 52), en werk je op een luchthaven, dan kun je elke twee jaar arbo-verantwoorde schoenen aanvragen (artikel 95). Zelf betalen voor je uniform is in de cao nergens geregeld — er staat geen kleedgeld, geen borg en geen inhoudingsbepaling in. En dat grote logo op je jas? Dat is een fiscale keuze van je werkgever, geen wettelijke eis: het is één van drie criteria waarmee ter beschikking gestelde kleding onbelast kan blijven.
Je eerste werkdag begint met een pasbeurt. Een polo, een softshell, een broek, misschien een stropdas, en op de revers — de omgeslagen kraag van een colbert of tuniek — een embleem dat je nog nooit van dichtbij hebt bekeken. Niemand legt uit waar dat spul vandaan komt, wie het betaalt, wat er gebeurt als het scheurt, of waarom je het bij vertrek moet inleveren terwijl je er twee jaar in hebt gewerkt.
Dat is jammer, want achter dat uniform zitten drie regelsets die elk iets anders van je vragen: de Wpbr (wat het uniform mag zijn), de cao (wat jij ermee moet doen en wat je vergoed krijgt) en de loonbelasting (waarom het logo zo groot is). Ze worden zelden naast elkaar gelegd. Hieronder staan ze wel naast elkaar, met artikelnummers, zodat je bij een discussie op de werkvloer iets in handen hebt. Het volledige overzicht van je arbeidsvoorwaarden vind je in de cao Particuliere Beveiliging 2026 van A tot Z.
Wie bepaalt hoe je uniform in de beveiliging eruitziet?
Niet je werkgever, en niet de opdrachtgever. De Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) zegt het in artikel 9 lid 1 zo:
‘Een beveiligingsorganisatie aan welke een vergunning is verleend draagt er zorg voor dat de personen die zijn belast met beveiligingswerkzaamheden, bij de uitvoering van deze werkzaamheden een door Onze Minister goedgekeurd uniform dragen.’
Twee dingen vallen daaraan op. Ten eerste ligt de plicht bij de organisatie, niet bij jou: je werkgever moet ervoor zorgen dat je in een goedgekeurd uniform loopt. Ten tweede gaat de goedkeuring verder dan je zou denken. De Beleidsregels Wpbr 2019 zeggen het zo: ‘Alle soorten en onderdelen van uniformen moeten worden goedgekeurd. Indien hesjes onderdeel uitmaken van het uniform, dienen deze derhalve eveneens goedgekeurd te worden.’ Een bedrijf kan dus niet zelf een tenue in elkaar zetten en dat morgen de deur uit sturen. Die goedkeuring vraag je aan met kleurenfoto’s waarop het uniform te zien is met alleen de gebruikte herkenningstekens: het door de minister vastgestelde embleem (het V-teken) en het logo van het beveiligingsbedrijf.
Dat je werkgever überhaupt een vergunning moet hebben voordat hij jou op een object zet, hebben we uitgewerkt in zo controleer je of een beveiligingsbedrijf een vergunning heeft.
Waarom je uniform niet op dat van de politie mag lijken
De hoofdregel uit de beleidsregels is kort: ‘Het uniform zal niet worden goedgekeurd indien het lijkt op dat van de politie.’ Daaronder staat een verrassend concrete lijst van wat dat betekent:
| Niet toegestaan | Waarom |
|---|---|
| Felgele strepen en witgrijze blokken | Dat zijn de voor de politie kenmerkende elementen. |
| Een pantalon in politie-achtige kleuren met zijzakken met grijs opschrift | De combinatie kleur plus opschrift maakt het verwarrend. |
| Overhemd, polo, vest of cap met sterke gelijkenis met politiebovenkleding | Geldt per kledingstuk, niet alleen voor het geheel. |
| Rangonderscheidingstekens — helemaal geen | ‘Op het uniform mogen geen rangonderscheidingstekens zijn aangebracht.’ Zonder uitzondering. |
| Goud-, geel- of koperkleurige emblemen | Die lijken op de vignetten van de politie; uniformen daarmee worden niet goedgekeurd. |
| Het symbool van het wetboek en de vlam | Dat is het politie-embleem; het zou volgens de beleidsregels alleen onnodige verwarring bij het publiek veroorzaken. |
Dit is de reden dat het tenue van een beveiliger nooit helemaal politieblauw is, dat je nergens strepen op een schouder ziet, en dat een opdrachtgever die om ‘iets stoerders’ vraagt nul op het rekest krijgt. Je bent herkenbaar als beveiliger, en juist niet als iets anders.
Het embleem: tot op de tint vastgelegd
De uitwerking staat in de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Rpbr). Artikel 12 lid 1 bepaalt dat het uniform ‘is voorzien van een embleem, overeenkomstig het in bijlage 1 bij deze regeling vastgestelde model’. En die bijlage is verrassend precies:
| Voorschrift uit bijlage 1 Rpbr | Wat er staat |
|---|---|
| Zichtbaarheid | Het uniform is ‘te allen tijden en onder alle omstandigheden’ op duidelijk zichtbare wijze van het embleem voorzien. |
| Plaats | Bij tunieken, colberts en soortgelijke kledingstukken op de revers, links- of rechtsvoor. Bij blousons, jacks, truien, overhemden en blouses op de plaats die daarmee overeenkomt. |
| Uitvoering | Drie mogelijkheden: borduurwerk, metaal of een seal embleem. Bij borduurwerk is voor het volle vlak én de letters zilverdraad gebruikt; bij metaal zijn vlak en letters zilverkleurig en is de voorzijde voorzien van blanke lak. Het seal embleem wordt aangebracht met hitte en druk — uitdrukkelijk niet met een strijkijzer. |
| Kleur | Het materiaal tussen de letters is uitgevoerd in PMS 432, een grijstint. Dat geldt zowel voor de metalen als voor de seal-uitvoering. |
| Verwarring met politie | Het uniform vertoont ‘noch ten aanzien van uitvoering, noch ten aanzien van kleurstelling, meer dan noodzakelijke overeenkomst’ met uniformen van de politie en de krijgsmacht. |
Twee dingen om te onthouden: het embleem is niet het logo van je werkgever, en het is geen versiering. Het is een door de minister vastgesteld model dat er op elk goedgekeurd uniform in Nederland hetzelfde uitziet.
Wanneer mag je zonder uniform werken?
In burger werken kan wel degelijk, maar niet zomaar: er moet een grondslag voor zijn. Er zijn er twee.
| Route | Grondslag | Voor wie |
|---|---|---|
| Je zit binnen bij een alarmcentrale | Wpbr artikel 9 lid 2, eerste zin | Wie uitsluitend binnen het gebouw van een particuliere alarmcentrale werkt (de organisatie uit artikel 3 onder b). Kom je ook buiten, of zit je in de meldkamer van een gewoon beveiligingsbedrijf, dan val je hier niet onder. Voor deze groep is geen ontheffing nodig: de uniformplicht geldt gewoon niet. |
| Een ontheffing | Wpbr artikel 9 lid 2, tweede zin | Voor bepaalde beveiligingswerkzaamheden, als dat ‘gelet op de aard van de werkzaamheden gewenst is en zich daartegen geen zwaarwegende belangen verzetten’. Er kunnen voorschriften over de instructie van het personeel aan worden verbonden, en de beslistermijn is acht weken, eenmaal te verdagen met ten hoogste acht weken. Wordt er niet op tijd beslist, dan is de ontheffing van rechtswege verleend — de wet verklaart de zogeheten lex silencio positivo (afdeling 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. |
Wie beslist over die ontheffing? Niet de minister, ook al staat de bevoegdheid in de wet op zijn naam. Artikel 9 lid 7 Wpbr laat toe dat de bevoegdheid uit lid 2 bij ministeriële regeling wordt overgedragen, en in de aangewezen gevallen kan de minister hem zelf niet meer uitoefenen. Die regeling is Rpbr artikel 12 lid 2, en daar staat wie het wél doet: de korpschef. Werkt een beveiligingsorganisatie op een luchtvaartterrein en dan uitsluitend voor dat terrein, dan beslist de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. De Beleidsregels Wpbr 2019 werken uit hoe ver zo’n ontheffing kan reiken: voor één regionale eenheid, voor meerdere eenheden, voor het hele land of voor een luchtvaartterrein. Beide kunnen voorschriften over de instructie van het personeel aan de ontheffing verbinden.
Wanneer die ontheffing wordt gegeven
De Beleidsregels Wpbr 2019 maken concreet wanneer de korpschef meegaat. Twee voorwaarden staan altijd: de beveiliger moet de vereiste diploma’s hebben, en het doel van de beveiliging moet niet in redelijkheid op een andere manier — dus geuniformeerd — te bereiken zijn. Ontbreekt het vereiste diploma, dan geldt dat als een zwaarwegend belang tegen de ontheffing. De ontheffing wordt bovendien aan een termijn gebonden.
| Erkende situatie | Wat de beleidsregels erover zeggen |
|---|---|
| Winkeldiefstal tegengaan | Er wordt gekeken welke preventieve maatregelen de winkelier al heeft getroffen. Voorwaarde is bovendien ‘een evenwichtige verhouding tussen de inzet van geuniformeerde en ongeuniformeerde beveiligers’. Een winkelsurveillant in burger is dus een erkende, gangbare figuur — géén overtreding. |
| Als een uniform provocerend werkt | In uitzonderlijke gevallen kan ontheffing worden verleend als geuniformeerd optreden naar het oordeel van de korpschef provocerend of anderszins minder zinvol zou werken. De beleidsregels noemen als voorbeelden popconcerten, recepties en tentoonstellingen. |
Wat er niet bij staat: ‘omdat het lekker zit’ of ‘omdat de opdrachtgever dat prettiger vindt’. Zonder een van deze grondslagen is in burger beveiligen in beginsel in strijd met de plicht die op je werkgever rust. Loop je in burger en weet je niet of daar een ontheffing onder ligt, vraag het dan gewoon — je werkgever hoort dat te kunnen laten zien. Zie ook onze pagina over de meest gestelde vragen over beveiligingspassen, waarin staat wat je legitimatiebewijs wel en niet dekt.
Werkgever die het netjes regelt? Die zie je terug in zijn vacaturetekst.
Wat de cao over je uniform in de beveiliging zegt
De cao Particuliere Beveiliging behandelt het uniform in artikel 5, het artikel over je plichten. Lid 4 heet letterlijk ‘Je draagt een uniform op je werk’ en bestaat uit drie regels:
| Cao artikel 5 lid 4 | Wat er staat | Wat dat in de praktijk betekent |
|---|---|---|
| sub a | Je draagt een uniform als dat nodig is voor je functie. | Je functie bepaalt het, niet de dag van de week en niet de voorkeur van de klant. |
| sub b | Je draagt en onderhoudt je uniform zoals je werkgever dit vraagt. | Onderhouden is dus jouw taak. Hoe je dat doet, mag je werkgever voorschrijven — en dat maakt de stomerijvergoeding uit artikel 52 relevant. |
| sub c | Je hoeft geen uniform te dragen als dat niet hoeft van je werkgever. | Zegt je werkgever dat het niet nodig is, dan is het niet nodig. Let op: de wettelijke uniformplicht blijft bij je werkgever liggen, dus hij kan dit niet zomaar zeggen voor gewoon beveiligingswerk zonder ontheffing. |
Wat er in artikel 5 lid 4 niet staat, is minstens zo interessant: er staat geen woord over wie het uniform betaalt, over vervanging, over schade of over een borg. Dat is geen omissie: de cao regelt de kosten niet in het plichten-artikel, maar in hoofdstuk 5 — het hoofdstuk dat ‘Je krijgt vergoedingen’ heet.
Wie betaalt je uniform, je schoenen en de stomerij?
Hier ligt de kern van dit artikel, en hier zit ook de valkuil die de meeste beveiligers niet zien: een deel van de kledingregels in de cao geldt alleen op een luchthaven. De schoenenvergoeding staat namelijk in hoofdstuk 14, en artikel 92 — het openingsartikel van dat hoofdstuk — zegt: ‘De artikelen in dit hoofdstuk gelden als je werkt op een luchthaven.’ Wie in een ziekenhuis, op een bouwterrein of in een winkelcentrum staat, kan zich er dus niet op beroepen.
| Onderdeel | Wie betaalt of regelt het | Cao-artikel | Geldt voor |
|---|---|---|---|
| Het uniform zelf | De wet legt de plicht om voor een goedgekeurd uniform te zorgen bij je werkgever; in de praktijk stelt hij het je ter beschikking | Wpbr art. 9 lid 1 (cao art. 5 lid 4 regelt alleen jouw dragen en onderhouden; over de kosten en het eigendom zegt geen van beide iets) | Iedereen met beveiligingswerkzaamheden |
| Onderhoud en wassen | Jij, op de manier die je werkgever voorschrijft | Artikel 5 lid 4b | Iedereen |
| Chemisch reinigen (stomerij) | Je werkgever, via declaratie | Artikel 52: minimaal 1 keer per 4 weken | Iedereen onder deze cao |
| Arbo-verantwoorde schoenen | Je werkgever, op aanvraag | Artikel 95: 1 keer per 2 jaar, aan te vragen na je proeftijd | Alleen luchthaven (art. 92) |
| Gehoorbescherming | Je werkgever, als het nodig is tegen gehoorschade | Artikel 96 | Alleen luchthaven (art. 92) |
| Persoonlijke beschermingsmiddelen | Je werkgever zorgt voor middelen die het risico op (blijvend) letsel verminderen, en volgt daarbij de Arbowet en de Wpbr | Artikel 75 lid 1a en 1b | Iedereen |
| Communicatiemiddel | Je werkgever is verplicht een goed werkend middel te leveren | Artikel 74 lid 1 | Iedereen |
| Middelen en materialen bij dienstbegin | Je werkgever zorgt dat ze in orde zijn; jij controleert ze zelf | Artikel 76 lid 2 | Iedereen |
Geen kleedgeld, geen borg, geen inhouding — ze staan er niet. Wij hebben de cao-tekst hierop doorzocht: geen kleedgeldregeling, geen borgsom voor je tenue en geen bepaling die je werkgever toestaat vervangingskosten voor kleding op je loon in te houden. Het woord kleding komt in de hele cao niet voor. Bij de schoenen op de luchthaven staat de lijn er nog eens expliciet: artikel 95 lid 3 bepaalt dat je geen geld in plaats van schoenen kunt krijgen, en dat je ook geen andere vergoeding krijgt als je de aangeboden schoenen niet gebruikt. Vergoeding in natura, dus.
De schoenenregel op de luchthaven, uitgepakt
Werk je wél op een luchthaven, dan is artikel 95 concreter dan bijna elke andere kledingbepaling in de branche:
- Lid 1a: je kunt de schoenen aanvragen nádat je proeftijd is afgelopen. In je proeftijd dus niet — en hoelang die mag duren, staat in proeftijd in de beveiliging.
- Lid 1b: 1 keer per 2 jaar nieuwe schoenen aanvragen.
- Lid 1c: het geldt niet als je al op een andere manier schoenen via de opdrachtgever krijgt. Twee keer hetzelfde recht bestaat niet.
- Lid 2: je werkgever bepaalt hoe de schoenen eruitzien — kleur, vormgeving en eventuele logo’s.
Dat lid 2 is geen detail: het verklaart waarom je niet je eigen zwarte sneakers mag declareren. Je werkgever bepaalt het model, en dat sluit aan op de lijn uit de beleidsregels dat alle soorten en onderdelen van het uniform goedgekeurd moeten zijn. Schoenen worden daar niet met naam genoemd — hesjes wél — dus of een schoen formeel onderdeel van het goedgekeurde model is, staat nergens zwart op wit. Wie het zeker wil weten, vraagt het na bij zijn werkgever.
Rekenvoorbeeld: wat die stomerijvergoeding waard is
Artikel 52 is drie regels lang en wordt daarom vaak overgeslagen. Er staat: je mag je uniform chemisch laten reinigen bij de stomerij, dat mag minimaal 1 keer per 4 weken, en die kosten declareer je bij je werkgever. Er staat geen maximumbedrag bij.
Vier weken is precies één loonperiode, en de cao kent er dertien per jaar (artikel 10 lid 1a — dat artikel voegt eraan toe dat een jaar soms een 53e week heeft). Dat maakt de rekensom simpel:
| Prijs per stomerijbeurt | Keren per jaar | Wat je per jaar aan bonnen kunt indienen |
|---|---|---|
| € 10,– | 13 | € 130,– |
| € 15,– | 13 | € 195,– |
| € 20,– | 13 | € 260,– |
De prijzen in de linkerkolom zijn rekenvoorbeelden, geen cao-bedragen: de cao noemt geen tarief. Vraag je werkgever welk bedrag hij hanteert of welke stomerij hij aanwijst, en bewaar je bonnen.
Twee kanttekeningen die je erbij moet weten. Ten eerste: wij lezen ‘minimaal 1 keer per 4 weken’ als een bodem en niet als een plafond — werk je in een omgeving waarin je tenue sneller vies wordt, dan mag je werkgever daar ruimer in zitten, want de cao is een minimum-cao: gunstiger afwijken mag uitdrukkelijk (artikel 108 lid 1a). Dat gunstiger mág staat vast; dat artikel 52 zélf een bodem is, is onze lezing van het woord ‘minimaal’ en staat er niet met zoveel woorden. Ten tweede: het gaat om chémisch reinigen. Je polo in de eigen wasmachine gooien is gewoon onderhoud uit artikel 5 lid 4b, en daarvoor kent de cao geen vergoeding.
Mag je werkgever de kosten van je uniform op je loon inhouden?
In beginsel niet: de cao geeft er geen grondslag voor. Er stáát geen bepaling die inhouding voor kleding toestaat, en verrekenen met je loon mag alleen binnen de grenzen die het Burgerlijk Wetboek stelt aan inhoudingen en verrekening (de artikelen 7:631 en 7:632); voor boetes geldt een apart en streng regime (artikel 7:650). Wat er wel en niet van je loon af mag, hebben we volledig uitgewerkt in mag je werkgever loon inhouden? — inclusief de artikelen waarop je je kunt beroepen als er zonder overleg iets is afgeboekt.
Dat betekent niet dat er nooit iets van je gevraagd kan worden. Verlies je je tenue of raakt het beschadigd op een manier die aan jou is toe te rekenen, dan is dat een gewone schadekwestie tussen werkgever en werknemer. En er is een scenario met een zwaarder gevolg dan een rekening: artikel 17 lid 2b noemt als dringende reden voor ontslag op staande voet dat je ‘met opzet of door roekeloos gedrag eigendommen van je werkgever en/of opdrachtgever’ beschadigt, of deze blootstelt aan ernstig gevaar. Je tenue met opzet vernielen is dus geen declaratiekwestie.
Van wie is dat uniform eigenlijk? Eerlijk antwoord: de cao zegt er niets over, en de Wpbr en de bijbehorende regeling ook niet — die gaan alleen over hoe het uniform eruitziet, niet over wie het bezit. In de praktijk blijft het eigendom van je werkgever en lever je het bij vertrek in, en daar is een goede reden voor: de fiscale regeling waar de volgende paragraaf over gaat, werkt alleen voor kleding die ter beschikking is gesteld. Wil je zeker weten wat er voor jou geldt, kijk dan in je arbeidsovereenkomst of het personeelshandboek — dat is de plek waar dit is vastgelegd.
Praktische regel. Staat er op je loonopgave een post die met kleding te maken heeft, vraag dan schriftelijk om de grondslag: welk artikel, welke afspraak, welk bedrag en waarvoor. Je hebt recht op een loonopgave bij elke loonbetaling (cao artikel 4 lid 3), dus je hebt altijd een document om naar te wijzen.
Waarom er een logo van 70 cm² op je jas zit
Dit is het stukje dat vrijwel nooit wordt uitgelegd, terwijl het de vorm van je tenue bepaalt. Kleding die je werkgever je geeft, is in principe loon — het is iets van waarde dat je uit je dienstbetrekking krijgt. Dat het in de praktijk onbelast blijft, komt door een aparte regel: de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, artikel 3.7 lid 1. Die stelt de waarde van bepaalde voorzieningen op de werkplek op nihil, en onderdeel b gaat over kleding. Het gaat om ter beschikking gestelde kleding die aan één van drie criteria voldoet — de regeling zet er ‘of’ tussen, dus je hebt ze niet allemaal nodig:
| Criterium | Wat er letterlijk staat | Hoe dat in de beveiliging uitpakt |
|---|---|---|
| 1° | ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens de vervulling van de dienstbetrekking te worden gedragen’ | Een tenue met het wettelijke embleem is buiten je werk niet goed te dragen, dus dit criterium ligt voor beveiligingskleding het meest voor de hand. |
| 2° of | ‘per kledingstuk is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de inhoudingsplichtige gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70cm², of’ | De reden dat het bedrijfslogo op je softshell zo groot is. Meerdere logo’s op één kledingstuk mogen samen aan die 70 cm² komen. Let op ‘aan de inhoudingsplichtige gebonden’: het moet het merk van je wérkgever zijn. Het wettelijke V-embleem is van de minister en telt hier dus niet mee. |
| 3° of | ‘achterblijft op de werkplek’ | Kleding die je in de kleedruimte laat hangen. In de beveiliging minder gebruikelijk, omdat je vaak van object naar object gaat. |
Wie al aan het eerste criterium voldoet, hoeft geen groot logo te voeren. Dat verklaart waarom je bij het ene bedrijf een enorm logo op je rug hebt en bij het andere nauwelijks: kiest je werkgever voor de zekerheid van criterium 2°, dan móet het aan die 70 cm² komen.
Let ook op het woord waarmee de bepaling begint: ter beschikking gesteld. Deze nihilwaardering geldt voor kleding die eigendom blijft van je werkgever en die je gebruikt zolang je er werkt. Krijg je kleding cadeau, of koop je zelf iets en laat je het vergoeden, dan zit je in een ander regime en kan het loon zijn. Daar komt de regel uit waar iedere beveiliger tegenaan loopt: je uniform blijft van je werkgever, en je krijgt er geen geld voor in de plaats. Dat is niet je werkgever die moeilijk doet, dat is de voorwaarde waar zijn fiscale behandeling van het tenue op rust.
Wil je weten wat je met toeslagen en vergoedingen netto overhoudt?
Uit dienst of naar een andere werkgever: wat lever je in?
In de praktijk lever je je tenue aan het eind van je dienstverband in — hoe dat bij jou is afgesproken, staat in je arbeidsovereenkomst of personeelshandboek, niet in de cao. Voor het embleem is het in ieder geval logisch: dat hoort bij het goedgekeurde model van jóuw werkgever, niet bij jou.
Wat veel beveiligers verrast: bij een overstap is je pas net zo goed werkgevergebonden als je tenue. De toestemming om je te werk te stellen wordt per organisatie verleend (Wpbr artikel 7), dus bij een overstap vraagt de nieuwe werkgever een nieuwe pas aan — ook als je diploma gewoon geldig blijft. Hoe zo’n overgang verder verloopt, met welke rechten en termijnen, staat in contractwissel in de beveiliging.
Voor werkgevers: vijf dingen die je vastlegt
Ben je werkgever of leidinggevende, dan kost dit onderwerp weinig om goed te regelen en levert het vooral voorkomen discussies op. Vijf punten:
- Leg de stomerijregeling schriftelijk vast. Artikel 52 geeft de werknemer een declaratierecht van minimaal één keer per vier weken, zonder maximumbedrag. Zet zelf op papier bij welke stomerij, tegen welk bedrag en via welke route — anders wordt het per beveiliger opnieuw uitgevonden.
- Check of al je uniformonderdelen goedgekeurd zijn. Volgens de beleidsregels moeten alle soorten én onderdelen worden goedgekeurd, hesjes uitdrukkelijk daaronder. De plicht uit Wpbr artikel 9 lid 1 ligt bij jou als organisatie, niet bij je medewerker.
- Zorg dat het embleem klopt. Zichtbaar, op de revers of de overeenkomende plaats, zilverdraad, zilverkleurig metaal of een seal embleem, PMS 432 tussen de letters — en geen rangonderscheidingstekens, geen goud- of koperkleurige emblemen en geen politie-achtige strepen.
- Weet op welk fiscaal criterium je leunt. Is je tenue al ‘uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt’ voor het werk, dan hoeft het logo niet groot te zijn. Leun je op het tweede criterium, dan moet je per kledingstuk aan 70 cm² komen met beeldmerken die aan jou als inhoudingsplichtige gebonden zijn.
- Regel het luchthavenpakket apart. Op een luchthaven komen daar de schoenen (artikel 95) en gehoorbescherming (artikel 96) bij. Daarbuiten gelden die artikelen niet, dus beloof ze ook niet in je vacaturetekst.
Dat laatste punt raakt aan iets breders: wat je in je vacature belooft, moet je nakomen. In tien tips voor een pakkende vacaturetekst in de beveiliging staat hoe je arbeidsvoorwaarden concreet maakt zonder je vast te leggen op iets wat de cao niet dekt.
Beveiligers zoeken? Zet je vacature waar ze kijken.
Checklist: is jouw uniformsituatie in orde?
| Vraag | Waar het antwoord staat |
|---|---|
| Draag je een goedgekeurd model met het voorgeschreven embleem? | Wpbr art. 9 lid 1 en Rpbr art. 12 + bijlage 1 |
| Weet je of je onder de uniformplicht valt of onder een uitzondering? | Wpbr art. 9 lid 2 en Rpbr art. 12 |
| Weet je wie je stomerijkosten betaalt en hoe je ze declareert? | Cao art. 52 |
| Werk je op een luchthaven en heb je je schoenen aangevraagd? | Cao art. 92 en 95 |
| Zijn je beschermingsmiddelen en je communicatiemiddel in orde? | Cao art. 74 lid 1, 75 lid 1a en 76 lid 2 |
| Staat er iets kledinggerelateerds op je loonopgave dat je niet kunt plaatsen? | Cao art. 4 lid 3, daarna loon inhouden |
Zoek je een baan waarin je in tenue op een object staat? Bekijk de vacatures in Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Gelderland of Limburg. En wil je eerst weten welk soort beveiligingswerk bij je past — met of zonder tenue — lees dan is werken in de beveiliging leuk?
Veelgestelde vragen over je uniform in de beveiliging
Moet ik mijn uniform in de beveiliging zelf betalen?
Nee. De plicht om te zorgen dat je in een goedgekeurd uniform werkt, ligt volgens Wpbr artikel 9 lid 1 bij de beveiligingsorganisatie. De cao kent geen kleedgeld, geen borg en geen bepaling die kosten voor je uniform bij jou legt; wat de cao wél bij jou legt, is het dragen en onderhouden ervan (artikel 5 lid 4b). Over het eigendom zwijgen zowel de cao als de wet: in de praktijk wordt het tenue je ter beschikking gesteld en blijft het van je werkgever, en dat is ook de voorwaarde waaronder het fiscaal onbelast blijft. Kijk voor jouw situatie in je arbeidsovereenkomst of personeelshandboek.
Wie betaalt de stomerij van mijn uniform?
Je werkgever, via declaratie. Artikel 52 van de cao Particuliere Beveiliging bepaalt dat je je uniform chemisch mag laten reinigen bij de stomerij, minimaal 1 keer per 4 weken, en dat je die kosten bij je werkgever declareert. Er staat geen maximumbedrag in de cao. Omdat een loonperiode vier weken duurt en er dertien per jaar zijn, komt het neer op minimaal dertien beurten per jaar. Zelf wassen valt hier niet onder: dat is gewoon onderhoud.
Krijg ik als beveiliger werkschoenen vergoed?
Alleen als je op een luchthaven werkt. De schoenenregeling staat in artikel 95, en dat hoort bij hoofdstuk 14 van de cao; artikel 92 zegt dat de artikelen in dat hoofdstuk gelden als je op een luchthaven werkt. Dan kun je na je proeftijd arbo-verantwoorde schoenen aanvragen, 1 keer per 2 jaar, tenzij je die al via de opdrachtgever krijgt. Je werkgever bepaalt hoe ze eruitzien, en je kunt geen geld in plaats van schoenen krijgen. Werk je niet op een luchthaven, dan geeft de cao je dit recht niet.
Waarom zit er een groot logo op mijn werkkleding?
Dat komt uit de loonbelasting. Artikel 3.7 lid 1 onderdeel b van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 stelt de waarde van ter beschikking gestelde kleding op nihil als die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens het werk te dragen, of per kledingstuk beeldmerken van samen ten minste 70 cm² heeft, of achterblijft op de werkplek. Leunt je werkgever op dat tweede criterium, dan moet het logo dus die oppervlakte halen. Meerdere logo’s op één kledingstuk mogen bij elkaar worden opgeteld.
Mag mijn uniform op dat van de politie lijken?
Nee. Bijlage 1 bij de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus bepaalt dat het uniform noch in uitvoering noch in kleurstelling meer dan noodzakelijke overeenkomst vertoont met uniformen zoals die worden gebruikt door de politie en de krijgsmacht. De Beleidsregels Wpbr 2019 maken dat concreet: een uniform wordt niet goedgekeurd als het op dat van de politie lijkt, er mogen geen felgele strepen of witgrijze blokken op, geen goud-, geel- of koperkleurige emblemen, niet het symbool van het wetboek en de vlam, en helemaal geen rangonderscheidingstekens.
Mag ik in burger werken als beveiliger?
Ja, maar er moet een grondslag voor zijn. Wpbr artikel 9 lid 2 haalt mensen die uitsluitend binnen het gebouw van een particuliere alarmcentrale werken buiten de uniformplicht. Daarnaast kan de korpschef op grond van artikel 12 lid 2 van de Regeling ontheffing van de uniformdraagplicht verlenen, en die bevoegdheid is niet aan luchthavens gebonden: het kan voor een regionale eenheid, voor meerdere eenheden of voor het hele land. Werkt een organisatie op een luchtvaartterrein en dan uitsluitend voor dat terrein, dan beslist de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. De Beleidsregels Wpbr 2019 noemen twee erkende situaties: het tegengaan van winkeldiefstal, met als voorwaarde een evenwichtige verhouding tussen geuniformeerde en ongeuniformeerde inzet, en uitzonderlijke gevallen waarin een uniform provocerend of minder zinvol zou werken, zoals popconcerten, recepties en tentoonstellingen. Voorwaarde is altijd dat je de vereiste diploma’s hebt en het doel niet redelijkerwijs geuniformeerd te bereiken is. Zonder zo’n grondslag is in burger beveiligen in beginsel in strijd met de plicht die op je werkgever rust.
Bronnen: Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, artikelen 7 en 9. Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, artikel 12 met bijlage 1. Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2019, paragrafen over het uniform en de ontheffing. Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, artikel 3.7 lid 1 onderdeel b, geldende tekst per 1 januari 2026. Cao Particuliere Beveiliging (18 december 2024 tot en met 27 december 2026), artikelen 4, 5, 10, 17, 52, 74, 75, 76, 92, 95, 96 en 108, via de Nederlandse Veiligheidsbranche. Inhoudingen en verrekening: Burgerlijk Wetboek, artikelen 7:631 en 7:632; boetes: artikel 7:650. Laatst gecontroleerd: 20 augustus 2026.
Na jaren als marketing manager bij ProHost Security in Groningen weet Matthijs wat er speelt op de beveiligingsmarkt, van werkvloer tot cao-tafel. Vanuit zijn liefde voor marketing én beveiliging bouwde hij Vacaturebeveiliging.nl van een zolderkamer uit tot een kantoor met vier collega’s, en kantoorhond Finn.