30 augustus 2026

Mag een beveiliger om je identiteitsbewijs vragen? De regels aan de deur in 2026

Salaris & CAO

Kort antwoord: een particuliere beveiliger mag bij een toegangscontrole om je identiteitsbewijs vragen, maar hij mag het niet vorderen. De wettelijke toonplicht uit artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht geldt alleen tegenover politieambtenaren, ambtenaren van een bijzondere opsporingsdienst en toezichthouders — een beveiliger hoort daar niet bij, ook niet met uniform. Weiger je, dan is dat geen strafbaar feit, maar de organisatie mag je wel weigeren; blijf je daarna toch binnen, dan word je pas strafbaar (artikel 138 Wetboek van Strafrecht). Omgekeerd is er wel iemand die iets moet laten zien: de beveiliger zelf. Artikel 9 lid 8 van de Wpbr verplicht hem zijn legitimatiebewijs bij zich te dragen én het op verzoek te tonen.

14 jaarvanaf deze leeftijd geldt de toonplicht — nooit tegenover een beveiliger, alleen tegenover bevoegde ambtenaren
5 kleurenlegitimatiebewijs, elk met een eigen betekenis
4 manierenom iemands identiteit vast te stellen, van zwaar naar licht
5 jaarbewaartermijn voor de kopie die je werkgever van jóuw ID maakt
0keer dat de cao Particuliere Beveiliging dit onderwerp regelt

Bij de ingang van een bedrijventerrein, een ziekenhuis, een distributiecentrum of een festival gebeurt het tientallen keren per dienst: je vraagt iemand om zich te legitimeren. Meestal gaat dat vanzelf. En dan is er die ene bezoeker die zijn pas terugsteekt en zegt: “Dat hoef ik helemaal niet te laten zien.”

Die bezoeker heeft juridisch gezien vaker gelijk dan je zou denken — en toch staat toegangscontrole in vrijwel elke beveiligingsvacature als kerntaak omschreven. Dat betekent niet dat jij met lege handen staat — alleen dat je bevoegdheid ergens anders vandaan komt dan de meeste mensen denken. Dit artikel legt de drie identiteitscontroles uit die in de beveiliging door elkaar lopen: die aan de deur, die van jouw eigen pas, en die van je werkgever in de loonadministratie. Alle drie hebben een eigen wettelijke grondslag, en alle drie eindigen op een andere plek.

Mag een beveiliger om je identiteitsbewijs vragen? Vragen mag, vorderen niet

De wettelijke identificatieplicht in Nederland bestaat uit twee losse onderdelen die vaak op één hoop worden gegooid: welke documenten gelden als identiteitsbewijs, en wanneer je verplicht bent er een te laten zien.

Het eerste staat in artikel 1 lid 1 van de Wet op de identificatieplicht. Dat wijst vier soorten documenten aan: een geldig reisdocument of een Nederlandse identiteitskaart, de documenten die een vreemdeling op grond van de Vreemdelingenwet 2000 moet hebben, een geldig nationaal paspoort van een andere EU- of EER-staat, en een geldig rijbewijs, mits daar een pasfoto van de houder op staat.

Het tweede staat in artikel 2, en dat is het artikel dat je aan de deur nodig hebt. Er staat, woordelijk: “Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8 van de Politiewet 2012 of artikel 6a van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden. Deze verplichting geldt ook indien de vordering wordt gedaan door een toezichthouder.”

Daar staat een gesloten kring in. Een politieambtenaar, een ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst, en een toezichthouder in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Een particuliere beveiliger is geen van drieën. Hij ontleent zijn positie aan een vergunning op grond van de Wpbr, niet aan een aanstelling of een aanwijzing, en die vergunning geeft hem geen enkele bevoegdheid die een gewone burger niet ook heeft.

Wie vraagt Mag hij het vorderen? Wat als je weigert?
Politieambtenaar (artikel 8 Politiewet 2012) Ja, bij een redelijke taakuitoefening Strafbaar op grond van artikel 447e Wetboek van Strafrecht
Ambtenaar bijzondere opsporingsdienst (artikel 6a) Ja Strafbaar op grond van artikel 447e
Toezichthouder (bijvoorbeeld de Nederlandse Arbeidsinspectie) Ja, binnen zijn toezichtstaak Strafbaar op grond van artikel 447e
Boa, voor de feiten in zijn domein Ja, voor zover hij opsporingsambtenaar of toezichthouder is Strafbaar op grond van artikel 447e
Particuliere beveiliger Nee Niet strafbaar — maar je kunt de toegang worden geweigerd

Wie wél onder de toonplicht valt en toch weigert, pleegt een overtreding op grond van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht: geldboete van de tweede categorie. Sinds 1 januari 2026 ligt het maximum van die categorie op € 5.500. Let op de woorden ten hoogste in artikel 23 lid 3 van het Wetboek van Strafrecht: dat is een wettelijk plafond, geen standaardbedrag.

Eén uitzondering, en het is er echt een uitzondering. De Wpbr verbiedt in artikel 5 lid 2 dat een opsporingsambtenaar werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie verricht, maar lid 3 maakt een uitzondering voor buitengewoon opsporingsambtenaren die behoren tot een particuliere beveiligingsorganisatie of een onderdeel daarvan dat door de minister is aangewezen als categorie of eenheid in de zin van artikel 142 lid 1 onder b van het Wetboek van Strafvordering. Wie in zo een aangewezen rol werkt, ontleent zijn bevoegdheden aan die aanwijzing — niet aan zijn beveiligingsfunctie. Voor de gewone beveiliger op een object verandert dat niets.

Het misverstand dat het vaakst langskomt. “Ik draag een uniform, dus ik mag het vragen.” Het uniform is geen bevoegdheid. Artikel 9 lid 1 Wpbr verplicht je werkgever juist om je in een door de minister goedgekeurd uniform te laten werken, zodat voor iedereen zichtbaar is dat je géén politie bent. Meer daarover in ons artikel over uniform en werkkleding in de beveiliging.

Wat als iemand weigert? Dan begint je bevoegdheid pas

Hier zit de kern van het onderwerp, en hier gaat vrijwel elk stuk over dit thema te snel. Je bevoegdheid aan de deur komt niet uit de identificatieplicht, maar uit het feit dat je namens de rechthebbende optreedt: de eigenaar, de huurder of de gebruiker van het pand of terrein. Die bepaalt wie er binnenkomt en onder welke voorwaarden. Staat identificatie in het bezoekersprotocol, dan is dat een toegangsvoorwaarde — net als een tas open doen of een bezoekerspas dragen.

Iemand die zich niet wil legitimeren, doet dus niets strafbaars. Hij voldoet alleen niet aan de voorwaarde, en dan gaat de deur niet open. Blijft hij daarna toch binnen, dan verandert de situatie wel degelijk. Artikel 138 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar: hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert. De straf is ten hoogste een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie.

Let op die twee woorden: of vanwege. De sommatie hoeft niet van de rechthebbende zelf te komen. Zij mag namens hem worden gedaan — en dat is precies wat jij aan de deur doet. Je vordert geen identiteitsbewijs, je vordert vertrek. Dat is de bevoegdheid die je wel hebt, en die veel steviger is dan de vraag om een pasje.

In een overheidsgebouw ligt het net anders. Voor een lokaal dat voor de openbare dienst is bestemd geldt niet artikel 138 maar artikel 139, en daar staat een andere formulering: iemand moet zich verwijderen “op de vordering van de bevoegde ambtenaar”. Het woord vanwege ontbreekt in dat artikel. Werk je op een gemeentehuis, een rechtbank of een ander overheidsgebouw, ga er dan niet vanuit dat jij die vordering namens de ambtenaar kunt doen zoals bij artikel 138. Zorg dat de bevoegde ambtenaar de vordering zelf doet of ter plaatse bevestigt, en leg vast wie dat was.

De volgorde die aan de deur werkt

  1. Vraag, leg uit waarom, en noem de bron: “Het bezoekersprotocol van dit pand vraagt om identificatie.”
  2. Wordt er geweigerd? Zeg dan niet dat het moet, maar wat het gevolg is: zonder identificatie geen toegang.
  3. Zoek de minst ingrijpende oplossing. Vaak is een telefoontje naar de gastheer of een controle in de bezoekersregistratie genoeg; dan hoeft er helemaal geen document aan te pas te komen.
  4. Wil iemand niet weg terwijl hij al binnen is, sommeer hem dan namens de rechthebbende het pand te verlaten, in duidelijke woorden, en noteer tijdstip en formulering.
  5. Blijft hij, dan bel je de politie. Aanhouden op heterdaad is alleen in uitzonderlijke gevallen verstandig: de drempel ligt hoog en de risico’s zijn groot. Lees dat eerst na in ons artikel over wat een winkelbeveiliger precies mag vóórdat je het overweegt.

Werkgevers die dit soort protocollen goed op orde hebben, zoeken doorlopend mensen.

Bekijk alle beveiligingsvacatures

Wanneer je juist wél om een identiteitsbewijs vragen móet

Er is één situatie in dit vak waarin de identiteitscontrole geen keuze is maar een wettelijke plicht, en die staat niet in de Wet op de identificatieplicht maar in de Alcoholwet.

Artikel 20 lid 1 verbiedt het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat hij achttien is. Die tweede helft wordt vaak over het hoofd gezien: ook gratis drank valt eronder, dus een sponsorbar of een personeelsfeest zit in dezelfde regel. Lid 2 zegt hoe die vaststelling gebeurt: aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Wet op de identificatieplicht, dan wel op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen andere wijze — en de vaststelling blijft achterwege “indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt”.

Drie dingen die daaruit volgen en die op een festival of in de horeca het verschil maken:

  • De plicht ligt bij de verstrekker, niet bij de beveiliger. Sta je bij de bar of aan de poort van een terrein waar alcohol wordt geschonken, dan voer je die plicht uit namens de exploitant of de organisator.
  • Het gaat om vaststellen, niet om vragen. Een blik op het document is de wettelijke methode; twijfel je, dan is doorschenken het risico van de verstrekker.
  • De ontsnappingsclausule is streng geformuleerd: onmiskenbaar. Bij twijfel geldt de hoofdregel, en dat is het document.

Bij evenementen loopt dit direct door in de bezettingsvraag: zodra er toegangscontrole is of alcohol een wezenlijk onderdeel van het evenement vormt, is beveiliging in ieder geval vereist. Hoe je dat doorrekent naar posten en uren staat in ons artikel over hoeveel beveiligers je op een evenement nodig hebt.

Kijken mag, kopiëren niet

Zodra je iets met het document dóet — overschrijven, scannen, fotograferen — verandert de juridische wereld waarin je zit. De Autoriteit Persoonsgegevens zegt daar iets over dat vrijwel niemand kent, en het is precies het tegenovergestelde van wat de meeste mensen aannemen: “U verwerkt geen persoonsgegevens als u mensen vraagt hun identiteitsbewijs te laten zien. Daarom valt deze situatie niet onder de AVG en de UAVG.”

Kijken is dus geen verwerking. Vastleggen wel. En daarvoor kent de AP een rangorde van vier manieren om iemands identiteit vast te stellen, van zwaar naar licht: een kopie maken of vragen, een afgeschermde kopie maken of vragen, het identiteitsbewijs laten tonen (en eventueel gegevens overnemen), en de identiteit vaststellen zonder identiteitsbewijs. De regel eronder is even simpel: kan het lichter, dan móet het lichter.

Manier Wanneer toegestaan Aan de balie of poort
Kopie, scan of foto van het ID Alleen als de wet dat toestaat of voorschrijft Vrijwel nooit — bezoekerscontrole is geen wettelijke kopieerplicht
Afgeschermde kopie (BSN en pasfoto onleesbaar) Alleen als het echt niet anders kan Zelden, en alleen met een aantoonbare noodzaak
Document tonen, eventueel soort en nummer noteren Als een lichtere manier niet volstaat Dit is de normale route bij toegangscontrole
Identiteit vaststellen zónder document Als het mogelijk is, is dit verplicht Afspraak in de bezoekersregistratie, gastheer bellen, badge

Voor het burgerservicenummer geldt bovendien een eigen slot. Artikel 46 lid 1 van de Uitvoeringswet AVG bepaalt dat een nummer dat ter identificatie van een persoon bij wet is voorgeschreven, alleen wordt gebruikt ter uitvoering van die wet of voor doeleinden die bij wet zijn bepaald. Er is geen wet die een beveiligingsbedrijf opdraagt het BSN van bezoekers vast te leggen. Noteer het dus niet, en scan geen documenten waarop het meekomt.

Dat dit geen theorie is, blijkt uit de handhaving: de Autoriteit Persoonsgegevens beboette DPG Media omdat mensen die hun gegevens wilden inzien of laten verwijderen daarvoor eerst een identiteitsbewijs moesten uploaden, terwijl dat in die situatie niet nodig was. De boete begon op € 525.000; de rechtbank Amsterdam vond in 2023 dat de AP hem niet had mogen opleggen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 24 september 2025 in hoger beroep dat het wél een ernstige overtreding was. Het uiteindelijke bedrag werd vastgesteld op € 262.500. De vraag is dus nooit “mag ik dit vastleggen”, maar “kan ik met minder toe”.

Werkt jouw werkgever met camerabeelden, kentekenregistratie of locatiebepaling naast de bezoekersregistratie, dan gelden dezelfde afwegingen. Die staan uitgewerkt in ons artikel over wat je werkgever mag volgen via gps en je werktelefoon.

Jouw eigen legitimatiebewijs: dat moet je wél tonen

Nu de omkering, en dit is het punt dat je aan de deur het vaakst nodig hebt. De bezoeker heeft geen toonplicht tegenover jou. Jij hebt die wel tegenover hem.

Artikel 9 lid 8 van de Wpbr legt de beveiligingsorganisatie op ervoor te zorgen dat wie beveiligingswerkzaamheden verricht, bij de uitvoering daarvan een legitimatiebewijs bij zich draagt waarvan de minister het model heeft vastgesteld, en dat zij dit op verzoek tonen. Er staat geen beperking bij wie dat verzoek mag doen. Een bezoeker die vraagt wie jij bent, doet een verzoek waar de wet een antwoord op voorschrijft.

Twee dingen zijn daarbij goed om te weten. De plicht rust formeel op je werkgever als zorgplicht, niet op jou persoonlijk — maar de praktische uitvoering ligt bij jou, en je werkgever kan erop worden aangesproken als je zonder pas op een object staat. En lid 9 stelt een legitimatiebewijs uit een andere EU-lidstaat of een verdragsstaat gelijk, mits het een gelijkwaardig beroepsniveau waarborgt.

Het model staat in artikel 13 van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, en de Beleidsregels Wpbr 2019 vullen in wat de vijf kleuren betekenen: grijs is de gediplomeerde beveiliger, blauw hoort bij beperkte werkzaamheden zoals horeca en evenementen, groen is iemand in opleiding, geel een particulier rechercheur en oranje een voetbalsteward. De volledige uitleg per kleur, met geldigheidsduur en aanvraagkosten, staat in de meest gestelde vragen over beveiligingspassen.

Wat daar niet staat en hier wel van pas komt: artikel 13 lid 3 bepaalt dat op de pas een aantekening kan staan die de toegestane werkzaamheden beperkt. De Beleidsregels schrijven de tekst daarvan zelfs voor — bijvoorbeeld “Uitsluitend werkzaam als Event Security Officer” of “Uitsluitend werkzaam als alarmcentralist”. Wie de pas bekijkt, ziet dus niet alleen wíe iemand is, maar ook wat hij op dat moment mág. Alle passen zijn maximaal drie jaar geldig, voor personen in opleiding maximaal één jaar, en de toestemming van de korpschef loopt aan die termijn gelijk.

De derde identiteitscontrole: die van je werkgever

Aan de deur mag vrijwel niemand een kopie maken. In de personeelsadministratie is een kopie juist verplicht — en dat is geen tegenspraak, want daar staat een wet onder.

Artikel 28 lid 1 van de Wet op de loonbelasting 1964 draagt je werkgever op om volgens bij ministeriële regeling te stellen regels een reeks dingen te doen, en onderdeel f daarvan is: van de werknemer met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking de identiteit vaststellen, en van de aard, het nummer en een afschrift van het document een opname maken in de loonadministratie.

En daar zit een detail dat elk jaar opnieuw voor gedoe zorgt bij de eerste werkdag. Het artikel verwijst naar de documenten uit artikel 1 lid 1 onder 1° tot en met 3° van de Wet op de identificatieplicht. Categorie 4°, het rijbewijs, staat er niet bij. Je rijbewijs is dus een geldig identiteitsbewijs tegenover de politie en prima genoeg aan een bezoekersbalie, maar je werkgever kan er je indiensttreding niet mee rondmaken. Neem op je eerste dag je paspoort of identiteitskaart mee.

Situatie Wat er met het document mag gebeuren Grondslag
Bezoeker aan de poort Tonen, hooguit soort en nummer noteren Geen wettelijke kopieerplicht; AVG-beginsel dat je niet meer verwerkt dan nodig
Jij als werknemer, bij indiensttreding Volledige kopie, inclusief BSN en pasfoto, in de loonadministratie Artikel 28 lid 1 onderdeel f Wet LB 1964
Jij als uitzendkracht of gedetacheerde bij een inlener Het origineel controleren, zonder kopie of scan Beperking van inleners- en ketenaansprakelijkheid
Bezoeker met wie een organisatie een contract sluit Afgeschermde kopie, alleen als het echt niet lichter kan Rangorde van de Autoriteit Persoonsgegevens

De kopie van je identiteitsbewijs moet je werkgever ten minste vijf jaar bewaren na het einde van het kalenderjaar waarin je dienstverband is geëindigd. Verloopt je paspoort terwijl je in dienst bent, dan hoeft er niets te gebeuren: je werkgever hoeft geen nieuwe kopie te vragen. Voor werknemers van buiten de Europese Economische Ruimte geldt dat wel — van hen moet altijd een kopie van een géldig document in het personeelsdossier zitten. Wat er verder bij een buitenlands diploma of paspoort komt kijken, staat in ons artikel over beveiliger worden met een buitenlands diploma.

Werk je via een uitzendbureau, let dan op de derde rij van de tabel: de inlener mag jouw originele document controleren, maar hoeft er geen kopie van te maken en mag dat in beginsel ook niet. Welke cao er in die situatie geldt en wat je moet verdienen, staat in ons artikel over werken via een uitzendbureau in de beveiliging.

Wil je weten wat je met jouw schaal en toeslagen netto overhoudt?

Naar de salaris- en rekenpagina

Wat de cao hierover zegt: niets

Voor dit artikel is de volledige tekst van de cao Particuliere Beveiliging doorzocht op legitimatiebewijs, identiteitsbewijs, identificatie, identiteit, legitimeren, beveiligingspas en persoonsgegevens. Alle zeven: nul treffers. Het woord toegangscontrole komt precies één keer voor, en dan als táák in de functiebeschrijving van de objectbeveiliger in bijlage 2: “Toegangscontrole, sleutelbeheer, het ontvangen en registreren van bezoekers, het beantwoorden van de telefoon, etc. behoort tot de taken.” De cao zégt dus dat je het doet, en zwijgt vervolgens over hoe.

Dat is geen slordigheid van de cao-partijen, maar een grens: identificatie is publiekrecht. Wat je aan de deur mag, staat in de Wpbr, de Wet op de identificatieplicht en de AVG, en die gelden voor iedereen — ook voor de beveiliger die buiten deze cao valt omdat hij rechtstreeks bij een ziekenhuis of een luchthaven in dienst is. Wat de cao wél regelt zijn de arbeidsvoorwaarden eromheen: je loon, je toeslagen, je rooster en je rechten. Die staan bij elkaar in ons overzicht van de cao Particuliere Beveiliging 2026.

Praktisch gevolg: de spelregels aan jouw poort staan niet in je cao maar in de werkinstructie van het object. Staat daarin niet wat je moet doen als iemand weigert, dan is dat het gesprek dat je met je leidinggevende wilt voeren — niet het gesprek dat je aan de deur met de bezoeker wilt voeren.

Zo doe je het op je post

De juridische lijn van dit artikel laat zich terugbrengen tot vijf zinnen die je op een dienst echt gebruikt.

  1. Vraag, eis niet. “Mag ik uw legitimatie zien?” is juist. “U bent verplicht zich te legitimeren” is onjuist, en het is precies de zin waarop een discussie ontspoort.
  2. Noem de grond. Niet de wet, maar het protocol van het pand. Dat klopt, en het is bovendien controleerbaar.
  3. Kijk, leg niets vast. Alleen als de instructie het voorschrijft noteer je soort en nummer — nooit het BSN, nooit een foto van het document.
  4. Toon zelf. Op verzoek laat je je eigen legitimatiebewijs zien. Dat kost drie seconden en het haalt de temperatuur uit meer gesprekken dan welk argument ook.
  5. Escaleer op vertrek, niet op identificatie. Wie niet naar binnen mag, mag niet naar binnen. Wie binnen is en weg moet, sommeer je namens de rechthebbende — en pas dáárna komt het strafrecht in beeld.

Voor werkgevers en objectleiders. Twee dingen die vaak niet kloppen in bezoekersprotocollen: er staat dat bezoekers zich “verplicht” moeten legitimeren (dat kan niet, het is een toegangsvoorwaarde), en er staat dat het ID wordt gescand of gekopieerd (dat mag zonder wettelijke plicht niet). Beide zijn met één herschreven alinea op te lossen, en het scheelt je beveiligers een discussie per dienst.

Op zoek naar een objectpost waar de instructies wel op orde zijn?

Bekijk de actuele vacatures

Veelgestelde vragen over identiteitscontrole door beveiligers

Ben ik verplicht mijn identiteitsbewijs aan een beveiliger te laten zien?

Nee. Artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht legt de toonplicht alleen op tegenover een ambtenaar als bedoeld in artikel 8 van de Politiewet 2012, een ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst en een toezichthouder. Een particuliere beveiliger valt daar niet onder, ook niet in uniform. Uitzondering is de beveiliger die daarnaast is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar, wat de Wpbr in artikel 5 lid 3 uitdrukkelijk mogelijk maakt; die ontleent zijn bevoegdheid dan aan die aanwijzing en niet aan zijn beveiligingsfunctie. Voor de gewone beveiliger geldt: weigeren is geen strafbaar feit. Wel mag de organisatie waarvoor hij werkt identificatie als toegangsvoorwaarde stellen, en dan gaat de deur zonder legitimatie niet open.

Wat gebeurt er als ik weiger en toch naar binnen ga?

Dan verandert de situatie. Artikel 138 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht stelt strafbaar wie in een besloten lokaal of erf dat bij een ander in gebruik is wederrechtelijk binnendringt, of daar wederrechtelijk verblijft en zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert. De woorden of vanwege betekenen dat de beveiliger die sommatie namens de rechthebbende mag doen. De straf is ten hoogste een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie.

Mag een beveiliger mijn identiteitsbewijs kopiëren of scannen?

In beginsel niet. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens mag een organisatie alleen een kopie, scan of foto van een identiteitsbewijs maken of vragen als de wet dat toestaat, en voor bezoekerscontrole bestaat zo een verplichting niet. De AP hanteert een rangorde van vier manieren, van kopie tot identiteit vaststellen zonder document, met de regel dat je altijd de minst ingrijpende manier kiest. Bij toegangscontrole is dat het document laten tonen en hooguit het soort en het nummer noteren. Het burgerservicenummer mag daarbij niet worden vastgelegd: artikel 46 lid 1 van de Uitvoeringswet AVG staat gebruik van zo een nummer alleen toe ter uitvoering van de wet die het voorschrijft.

Moet een beveiliger zich op mijn verzoek legitimeren?

Ja. Artikel 9 lid 8 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus verplicht de beveiligingsorganisatie ervoor te zorgen dat wie beveiligingswerkzaamheden verricht een legitimatiebewijs volgens het door de minister vastgestelde model bij zich draagt en dit op verzoek toont. De wet beperkt niet wie dat verzoek mag doen. Op de pas kan bovendien een aantekening staan die de toegestane werkzaamheden beperkt, bijvoorbeeld uitsluitend werkzaam als Event Security Officer; dat volgt uit artikel 13 lid 3 van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

Wat doe ik als een identiteitsbewijs er vervalst uitziet?

Ga daar niet zelf over. Documentherkenning is een vak apart, en een onterechte beschuldiging is een groter probleem dan een gemiste vervalsing. Meld je twijfel bij je leidinggevende of bij de opdrachtgever, leg vast wat je hebt gezien en laat de beoordeling daar. Je hoeft intussen niemand binnen te laten van wie je de identiteit niet kunt vaststellen: de toegang weigeren is de gewone route en daarvoor hoef je geen oordeel over het document te vellen. Vermoed je een strafbaar feit, dan is de politie aan zet en niet jij.

Moet ik bij de bar of aan de poort de leeftijd wel controleren?

Ja, als er alcohol wordt verstrekt. Artikel 20 lid 1 van de Alcoholwet verbiedt het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende drank aan iemand van wie niet is vastgesteld dat hij achttien is, en lid 2 schrijft voor dat die vaststelling gebeurt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Wet op de identificatieplicht. De vaststelling blijft alleen achterwege als iemand onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt. De plicht ligt bij de verstrekker; als beveiliger voer je hem namens de exploitant of organisator uit.

Waarom accepteert mijn werkgever mijn rijbewijs niet bij indiensttreding?

Omdat de loonbelastingwetgeving een kleinere lijst gebruikt dan de identificatieplicht. Artikel 28 lid 1 onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 verwijst naar de documenten uit artikel 1 lid 1 onder 1 tot en met 3 van de Wet op de identificatieplicht: het paspoort of de Nederlandse identiteitskaart, de documenten van een vreemdeling en een nationaal paspoort uit een andere EU- of EER-staat. Het rijbewijs staat in categorie 4 en valt daarmee buiten die verwijzing. Je werkgever moet bovendien een afschrift in de loonadministratie opnemen en dat ten minste vijf jaar bewaren na het einde van het kalenderjaar waarin je dienstverband eindigde.

Ontvang vacatures direct in je mailbox

Wij helpen jou graag.
Vertrouwd door

Samenwerkingen

Beveiligingsbedrijven en opdrachtgevers waar onze beveiligers werken — van de Tweede Kamer tot topmusea.

Wil jij ook tussen deze namen staan?Plaats je vacature ›
Vacatures zoeken
+25 km

Blader per specialisatie, stad of provincie

Kies je richting en zie direct hoeveel vacatures er zijn.

Alle specialisaties →
Alle steden →
Alle provincies →